In gesprek met onze ambassadeur Peter Kwint: “Het Bouwdepot houdt het systeem een spiegel voor.”

Strijdbaar én onvermoeibaar: als het linksom niet lukt, dan maar rechtsom. Een bevlogen man die er vol voor gaat. Dat is Peter Kwint. Na jarenlang in de Tweede Kamer te hebben geknokt tegen ongelijkheid, loopt hij inmiddels een jaar rond als strategisch adviseur en ambassadeur bij het Bouwdepot. Een man die de Haagse molen van binnen en buiten kent, en die bureaucratie weigert te accepteren als de status quo.

Eén dag per week zet hij zich voor ons in: hij denkt mee over de politieke strategie en spreekt regelmatig met Bouwdepot-jongeren. Alleen toen Peter voor het eerst in aanraking kwam met het Bouwdepot was hij sceptisch.

Je was niet meteen overtuigd van het Bouwdepot. Waarom niet?

“Dat was eigenlijk precies dezelfde reactie die veel mensen nog steeds hebben als ze voor het eerst over het Bouwdepot horen. Je gaat jongeren toch niet zomaar geld geven zonder daar iets voor terug te vragen? Dat kan toch alleen maar misgaan?

Ik snap die gedachte heel goed, omdat ik die zelf ook had. Sterker nog: ik vermoed dat als iemand mij op jonge leeftijd zomaar geld had gegeven, ik het er waarschijnlijk in no-time doorheen had gejaagd.

Maar toen ben ik me erin gaan verdiepen. Ik sprak met Hannah en Marleen, zag de eerste onderzoeksresultaten en ontmoette verschillende jongeren. Toen viel me iets op: al die jongeren waren vooral ontzettend blij dat ze deze kans kregen. Ze wilden die kans juist niet verspelen. Juist omdat ze vaak een achtergrond hebben waarin ze weinig kansen kregen, zijn ze tot op het bot gemotiveerd om hun leven een positieve wending te geven.”

Wat maakte dat je je aan het Bouwdepot wilde verbinden?

“Het mooie aan het Bouwdepot is dat het twee dingen tegelijk doet. Natuurlijk helpt het jongeren die het moeilijk hebben. Maar tegelijkertijd laat het zien dat ons systeem ook anders kan werken.

Dat vind ik misschien nog wel het meest interessante. Het Bouwdepot houdt de overheid eigenlijk een spiegel voor. Het laat zien hoe ingewikkeld we hulp soms hebben gemaakt en hoeveel wantrouwen er in het systeem zit.

Ik vind die combinatie ontzettend sterk. Het is een kleine organisatie met bevlogen mensen die echt iets willen veranderen. En de jongeren die ik heb ontmoet zijn stuk voor stuk indrukwekkend.”

Wat valt je op aan de jongeren?

“Wat mij vooral opvalt, is hoe gemotiveerd ze zijn. Vrijwel allemaal zeggen ze dat ze zonder het Bouwdepot deze stappen niet hadden kunnen zetten.

Tegelijkertijd zijn ze soms bijna té bescheiden. Ze schrijven hun succes volledig toe aan het Bouwdepot, terwijl zij uiteindelijk zelf degene zijn geweest die het werk verzet hebben. Het Bouwdepot heeft vooral de rust en de ruimte gegeven om de stappen te kunnen zetten.

Daarnaast vind ik het bijzonder hoeveel jongeren bereid zijn om hun verhaal te delen. Dat is helemaal niet vanzelfsprekend. Tijdens mijn tijd in de Tweede Kamer sprak ik veel jongeren uit de jeugdzorg. Iemand één-op-één zijn verhaal laten vertellen lukt meestal wel, maar iemand vragen om dat ook in de media te doen is een heel ander verhaal.

Dat zoveel jongeren zich hiervoor blijven inzetten, zegt volgens mij veel. Ze willen niet alleen hun eigen verhaal vertellen, maar vooral ook andere jongeren helpen en laten zien dat deze aanpak werkt.”

Is er een moment van een van die jongeren dat je is bijgebleven?

“We waren ooit op gesprek bij staatssecretaris Nobel. Een aantal jongeren vertelde waar ze het geld van het Bouwdepot aan hadden besteed. Tussendoor zei de staatssecretaris: ‘Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je er meteen van op vakantie gaat.’

Toen vertelde een van de jongeren, laten we haar Sanne noemen, dat ze juist wél als eerst uitgave op vakantie was gegaan.

Dat klonk misschien alsof ze zijn punt bevestigde, maar daarna vertelde ze waarom. Het was de eerste vakantie in lange tijd, waardoor ze eindelijk een keer rust vond. Toen ze terugkwam, had ze voor het eerst een helder plan voor haar toekomst.

Ik vond dat zo’n mooi voorbeeld. Wat voor de één misschien voelt als een onnodige uitgave, kan voor iemand anders precies zijn wat nodig is om weer perspectief te krijgen. Dat begrijp je pas als je vertrouwen in de goede wil van jongeren voor laat gaan op regels, protocollen en aannames.

Je hebt jarenlang in de politiek gewerkt. Waar loopt het volgens jou nog op vast?

“Er wordt ontzettend veel gesproken over de menselijke maat en domeinoverstijgend samenwerken. Iedereen vindt dat belangrijk. Maar zodra er echt keuzes gemaakt moeten worden, wordt het ingewikkeld.

Dan hoor je toch weer: ‘Ja, maar dat valt onder een ander ministerie.’ Of: ‘Dat is de verantwoordelijkheid van een andere afdeling.’

Terwijl jongeren daar natuurlijk helemaal niets aan hebben. Hun leven bestaat niet uit verschillende beleidsdomeinen.

Wat mij ook opvalt, is dat beleid vaak wordt gemaakt vanuit de aanname dat iedereen de weg in het systeem wel weet te vinden. Alsof iedereen rustig formulieren kan invullen, aanvragen kan doen en precies begrijpt welke regeling waarvoor bedoeld is.

Maar juist de jongeren voor wie het Bouwdepot bedoeld is, hebben vaak al zoveel meegemaakt dat ze dat vertrouwen in het systeem zijn kwijtgeraakt.”

Volgens jou draait het dus uiteindelijk om vertrouwen?

“Absoluut. We praten veel over maatwerk, maar de vervolgvraag is vaak meteen: hoe gaan we controleren of iemand er geen misbruik van maakt?

De overheid geeft soms liever duizend euro uit aan controles om te voorkomen dat iemand tien euro te veel krijgt.

Bij het Bouwdepot zie je dat het ook anders kan. Natuurlijk zijn er afspraken. Jongeren maken een plan, hebben contact met hun begeleider en werken aan hun doelen. Maar het uitgangspunt is vertrouwen. En juist daardoor zie je dat jongeren vaak veel verstandigere keuzes maken dan je vooraf misschien zou verwachten.

Als je iemand vanaf het begin behandelt als een potentiële fraudeur, kijk je ook heel anders naar de keuzes die iemand maakt. Terwijl je juist ontdekt dat achter die keuzes vaak een heel logisch verhaal zit.”

Zie je het Bouwdepot als meer dan alleen een project?

“Ja, absoluut. Voor mij staat het Bouwdepot symbool voor een andere manier van denken.

Niet uitgaan van wantrouwen, maar van vertrouwen. Niet het systeem centraal zetten, maar de leefwereld van jongeren. Dat betekent niet dat je alles maar loslaat. Maar je begint vanuit de overtuiging dat jongeren iets goeds willen maken van hun leven.

Ik denk dat het Bouwdepot laat zien hoe de overheid veel vaker zou kunnen werken.”

Ben je hoopvol over de toekomst?

“Eigenlijk wel. Natuurlijk gaat verandering langzaam. Den Haag is soms behoorlijk stroperig. Maar ik zie ook dat steeds meer gemeenten zich aansluiten, dat de onderzoeksresultaten positief zijn en dat steeds meer politici en ambtenaren bij ons aanhaken.

Iedere keer als jongeren zelf hun verhaal vertellen, zie je dat er iets verandert. Hun ervaringen maken vaak veel meer indruk dan welke beleidsnota dan ook.

En mijn ideale toekomst? Dat het Bouwdepot uiteindelijk gewoon een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de ondersteuning voor jongeren in heel Nederland. Niet omdat het een mooi project is, maar omdat we met elkaar erkennen dat deze manier van werken beter is.”

Bouwdepot in het nieuws

Bijstandsjongeren willen heus iets van hun leven maken. Geef ze vertrouwen

Bijstandsjongeren hebben vertrouwen en financiële zekerheid nodig voor de volgende stap.

Lees meer
Bouwdepot in het nieuws

Van €250 bijstand en dakloosheid naar een eigen taxibedrijf

Toen Jennifer 19 was, was ze dakloos en ontving ze slechts €250 bijstand per maand.

Lees meer
Gemeenten

Nieuwegein van start met het Bouwdepot!

Vanaf september krijgen tien jongeren in een kwetsbare positie een Bouwdepot-jaar in Nieuwegein.

Lees meer
Jongeren

“Voor het eerst voelt het alsof ik echt vooruitga” – Tobi

Tobi (22) groeide op in een gezin waarin verslaving en stress de boventoon voerden.

Lees meer