6 vragen aan bestuursrechtjurist en adviseur Bram Nooitgedagt

Mag het Bouwdepot nu wel of niet?!

6 vragen aan bestuursrechtjurist en adviseur Bram Nooitgedagt.

Het politieke debat rondom de aanpak van het Bouwdepot kan soms ingewikkeld worden. Daarom vroegen we bestuursrechtjurist en adviseur Bram Nooitgedagt om opheldering. Hier is alles wat je moet weten over de aanpak en hoe je hier als gemeente (wel!) mee aan de slag kan.

Ten eerste, Bram, de aanpak van het Bouwdepot – mag het nou wel of niet?

“Ja absoluut, het mag. Dat was ook de kern van ons eerste adviesrapport: de aanpak van het Bouwdepot valt onder gemeentelijke autonomie,” zegt Bram resoluut. Kort gezegd houdt gemeentelijke autonomie in dat gemeenten de vrijheid hebben om publieke belangen te behartigen, zolang ze niet tegen landelijke regelgeving ingaan. “Deze regeling ligt vast in de grondwet, en het Bouwdepot is daar een goed praktijkvoorbeeld van.” 

Toch lijkt staatssecretaris Nobel van Participatie en Integratie tot een andere conclusie te komen, namelijk: de aanpak doorkruist de landelijke Participatiewet. 

Hoe kijk jij naar het argument van de staatssecretaris? Is het Bouwdepot in strijd met de Participatiewet?
“In mijn optiek niet,” zegt Bram. “Het Bouwdepot is geen bijstandsuitkering met wat leuke extra’s. Het is in de eerste plaats een zorgtraject met begeleiding, bedoeld voor jongeren in een kwetsbare positie. Die vallen binnen de Participatiewet tussen wal en schip.” Bram, zelf 28 jaar oud, ziet de grote verschillen met zijn bijna-leeftijdsgenoten. “Ik heb altijd steun van mijn ouders gehad, een dak boven mijn hoofd, een netwerk. Deze jongeren hebben dat niet.”

Als bestuursrechtjurist kent hij de regels van de bijstand als geen ander. “Jongeren tussen de 18 en 20 jaar moeten weken wachten, zich melden bij de bijstand en rondkomen van een lager maandbedrag à € 306, 88. Het idee is dat jongeren door deze lage uitkeringen richting werk of school worden geduwd, en tot hun 21ste nog financieel worden bijgestaan door hun ouders. Maar in de praktijk kan dat vaak helemaal niet. Daarnaast, als je zorgen hebt over je volgende maaltijd of niet weet waar je gaat slapen, ga je echt niet nadenken over je vervolgstudie. Eerst moet de basis op orde zijn.” Volgens Bram biedt het Bouwdepot juist die ruimte. “Het doel is dat jongeren na een jaar op eigen kracht verder kunnen. En vaak lukt dat. Dat kunnen we over de Participatiewet helaas niet zeggen.”
            “Daar wordt overigens wel een dubbele maatstaf in gehanteerd,” merkt hij op. “De vraagtekens die bij het Bouwdepot worden geplaatst zijn vaak: wat als het niet 100% werkt? Maar kijk naar de Participatiewet: is die volledig succesvol? We weten dat de meeste jongeren daar niet beter van worden. Sterker nog, de kans is groot dat ze in de bijstand blijven hangen. Als met het Bouwdepot 10 van de 30 jongeren uitstromen naar een zelfstandige toekomst, is dat een grotere winst dan 30 jongeren in een systeem houden dat voor hen niet werkt. Perfectie bestaat niet, ook niet in de huidige systemen.”

Een ander argument van de staatssecretaris ging over inkomenspolitiek – dat zou een zaak van het rijk zijn en niet van de gemeenten. Wat is jouw visie daarop?

“Dat houdt in dat gemeenten niet zelf mogen bepalen hoe het inkomen van burgers wordt beïnvloed. Maar dat is in de praktijk niet zo zwart-wit,” zegt Bram. Neem bijvoorbeeld sportpassen en de energietoeslag, die gemeenten aanbieden om minima te ondersteunen. “Een sportpas levert geen direct geld op, maar bespaart een gezin ongeveer €200 per jaar. Dat is toch ook inkomenspolitiek?” Als we het argument letterlijk zouden doortrekken, zouden gemeenten moeten stoppen met alle minimaregelingen. Maar dat gebeurt niet, en terecht. “Deze regelingen maken een groot verschil voor mensen in armoede. Waarom wordt het Bouwdepot dan ineens wél als problematisch gezien?”

Wat zijn volgens jou de belangrijkste lessen voor gemeenten die met het Bouwdepot aan de slag willen of zijn? 

“Dat is toch die gemeentelijke autonomie wat ik eerder zei. Ondanks dat het rijk kaders schept, hebben gemeenten daarbinnen nog steeds autonomie om eigen keuzes te maken. Wees je daarvan bewust.” Daarnaast noemt Bram het evenredigheidsbeginsel, wat sinds de toeslagenaffaire steeds belangrijker wordt: “Je kunt als overheid een besluit nemen met nadelige gevolgen, maar die gevolgen mogen niet onevenredig zwaar zijn voor een individu. Zeker bij kwetsbare groepen is dat iets waar je als gemeente scherp op moet zijn. Op basis van dat principe zou je het Bouwdepot prima kunnen verantwoorden.”

“Niets doen is ook een keuze.” Een les die Bram graag nog toevoegt. “Als je geen maatregelen neemt om jongeren in de bijstand verder te ondersteunen, wees je dan ook bewust van de gevolgen die je hiermee accepteert. Er gaat altijd wel een afdeling ontevreden zijn, of het nou financieel, zorg of sociale zekerheid is. Daarom denk ik altijd: maak je liever zorgen over die individuele burger dan over de staatssecretaris. Als je een richting kiest die aansluit bij wat mensen echt nodig hebben, dan sta je steviger, juridisch én maatschappelijk.”

En het rijk, wat zou je daaraan willen meegeven?
“Sinds 2015 is er een hele hoop gedecentraliseerd: jeugdzorg, sociale participatie, Wmo – een heleboel dingen op het gebied van sociale zekerheid. Maar als je zo’n koers inzet, moet je gemeenten ook echt de ruimte geven om te beslissen. Zij kennen de lokale omstandigheden het best. Wat werkt in Assen hoeft niet te werken in Rotterdam, want de uitdagingen zijn compleet anders. Laat gemeenten, die de lokale omstandigheden veel beter kennen, dan ook bepalen wat voor hun inwoners het verschil kan maken.” Daarnaast weet Bram dat echte verandering altijd van onderop begint. “Innovatie ontstaat niet in ‘Den Haag’, maar in de praktijk. Bij gemeenten die durven en mogen experimenteren.” Met zekerheid voegt hij toe: “Over 100 jaar ziet ons systeem er anders uit. Maar juist daarom is het belangrijk om nu ruimte te bieden voor kleinere experimenten. Begin lokaal, leer daarvan, en kijk dan hoe je samen kunt opschalen.” Wat daarvoor nodig is, is een open houding vanuit het Rijk. “Wees nieuwsgierig in plaats van gesloten en rigide. Zie de kansen en mogelijkheden.”

“En als Bram dan toch nog een nabrander mag doen: “Verlies in al deze juridische en politieke regelingen toch vooral niet de jongeren uit het oog. Zet hun belangen voorop, want voor hen doen we het. Een systeem in stand houden waarvan we weten dat het voor hen niet werkt, is wat mij betreft onacceptabel.”

Zo. Dat was in een notendop de juridische context van het Bouwdepot. Wil je meer weten, lees dan hier het volledige adviesrapport van Bram Nooitgedagt. En heb je zelf nog vragen, aan ons of aan Bram, zoek ons op!

Interviews

In gesprek met onze ambassadeur Peter Kwint: “Het Bouwdepot houdt het systeem een spiegel voor.”

Strijdbaar én onvermoeibaar: als het linksom niet lukt, dan maar rechtsom. Dat is Peter Kwint.

Lees meer
Gemeenten

Nieuwegein van start met het Bouwdepot!

Vanaf september krijgen tien jongeren in een kwetsbare positie een Bouwdepot-jaar in Nieuwegein.

Lees meer
Jongeren

“Voor het eerst voelt het alsof ik echt vooruitga” – Tobi

Tobi (22) groeide op in een gezin waarin verslaving en stress de boventoon voerden.

Lees meer
Gemeenten

Goed Nieuws: het bouwdepot start binnenkort in tilburg

Vanaf oktober 2026 starten er tien jongeren in de gemeente Tilburg met het Bouwdepot!

Lees meer