7 vragen aan onderzoeker Frank van steenbergen

Vooruitgang bij jongeren is belangrijk, maar we moeten het belang van stabiliteit niet onderschatten

7 vragen aan onderzoeker Frank van Steenbergen

Wie Frank zegt, zegt het Bouwdepot en andersom. Al ver voor het eerste traject van start ging, was hij als actieonderzoeker betrokken bij de aanpak. Eerst vanuit DRIFT (Erasmus Universiteit Rotterdam), later zelfstandig. Frank onderzoekt al ruim tien jaar hoe jongeren in kwetsbare situaties fundamenteel anders geholpen kunnen worden dan met de huidige dominante aanpak. Daarbij kiest hij bewust positie: niet observeren vanaf de zijlijn, maar actief bijdragen aan verandering. “Geen stelling innemen betekent kiezen voor de status quo. En de huidige situatie is onhoudbaar.”

Van de doorontwikkeling van de aanpak tot de impact: Frank is dé man om meer te weten te komen over de onderzoekstak van het Bouwdepot. Hoog tijd om hem een aantal prangende vragen voor te leggen.

We beginnen met een persoonlijke vraag: wat heeft jou persoonlijk de afgelopen jaren in het onderzoek het meest geraakt?

“Je zou misschien denken aan de eindgesprekken omdat daar de impact van een Bouwdepot-traject zichtbaar wordt, maar het zijn toch telkens de startgesprekken die me het meest bijblijven. Jongeren die al heel wat bagage dragen, soms al jaren van hulpverleners afhankelijk zijn, leggen dan hun dromen, doelen, ambities en worstelingen op tafel. Het is ontwapenend én confronterend. Niet alleen vanwege hun verhaal, maar ook vanwege je eigen vooroordelen en privileges. Die gesprekken laten zien waarom het Bouwdepot nodig is. Dat is bevestigend, maar tegelijkertijd frustreert het me ook dát het nodig is. Het voelt onrechtvaardig dat zoveel jongeren afhankelijk zijn van instituties die vaak tekortschieten. En toch zijn die gesprekken ook een bron van inspiratie: ze wakkeren het vuur aan om door te blijven gaan. Ik ben altijd op zoek naar manieren om dat vuur en die persoonlijke verhalen goed over te brengen in mijn onderzoek.”

Wat zijn de belangrijkste inzichten uit je onderzoek?

“Het Bouwdepot biedt rust. Financiële, maar vooral ook mentale rust. Dat hoor ik steeds terug van de jongeren. Voor veel van hen is rust helemaal niet vanzelfsprekend. Maar als het er is, merk je wat er mogelijk wordt. Het opent deuren. Ze gaan aan zichzelf werken, op hun eigen manier. Soms precies volgens het boekje – schulden aflossen, studie of werk oppakken, in therapie – maar soms ook grilliger en minder zichtbaar. Dan lijkt het misschien alsof er weinig gebeurt, maar toch zie je dat ze bezig zijn met ontdekken: wie ben ik, wat wil ik? Dat vertrouwen en die rust maken ruimte voor ontplooiing. En ja, dat werkt. Zonder die druk van tegenprestaties krijgen jongeren echt de kans om zichzelf opnieuw uit te vinden.”


Het Bouwdepot biedt geen snelle oplossing, maar legt een fundament waarop jongeren verder kunnen bouwen.

Hoe verandert de relatie tussen jongeren en begeleiders door een Bouwdepot-traject?

“De begeleiders zien hun werk flink veranderen. Vóór een Bouwdepot-traject gaat begeleiding vaak over financiële brandjes blussen: zorgen dat ze naar de voedselbank kunnen, dat boetes worden opgelost, dat soort dingen. Dat slokt veel tijd en energie op. Met het Bouwdepot worden die praktische en financiële taken bijzaak en dat verandert de hele dynamiek. Er ontstaat ruimte voor meer wezenlijke gesprekken: ‘Wat wil je eigenlijk? Wat zijn je talenten en dromen?’ Daarmee wordt de relatie tussen jongere en begeleider gelijkwaardiger. Het is niet meer alleen reageren op problemen, maar samen vooruitkijken. Dat is echt waardevol, geven zowel de jongere als de begeleider aan.”

Een vraag die vaak klinkt rondom het Bouwdepot is: wanneer is het nou een succes? Hoe geef jij daar antwoord op?

“Heel kort gezegd: dat hangt af van hoe je ernaar kijkt. Ik heb in een eerder onderzoek drie morele frames hiervoor geformuleerd:

Frame één, voor mij het belangrijkste, is financiële bestaanszekerheid voor jongeren. Dit is namelijk een fundamenteel sociaal grondrecht. Het huidige systeem faalt in het waarborgen van de inkomenspositie en bestaanszekerheid voor deze doelgroep, anders had het Bouwdepot nooit hoeven te bestaan. Kijk je vanuit dit frame naar de aanpak, dan is het eigenlijk per definitie geslaagd. Want financiële stabiliteit is de kern van het Bouwdepot.

Het tweede frame kijkt naar persoonlijke ontwikkeling: gebruiken jongeren de stabiliteit om aan zichzelf te werken, zoals aan hun mentale of fysieke gezondheid of het uitproberen van werk? Ook daar zien we positieve effecten. Een groot deel van de jongeren kiest er tijdens het Bouwdepot bijvoorbeeld voor om in therapie te gaan. 

Het derde frame richt zich op maatschappelijke kosten en baten: het moet effectiever en efficiënter beleid opleveren dan het huidige systeem. Dit is het meest ingewikkelde frame en hier is het beeld gemengd. Naast positieve ontwikkelingen zien we ook stagnatie in de levens van jongeren waar je misschien zou hopen op flinke stappen. Of ja, stagnatie, eigenlijk is stabilisering een beter woord. Want hoewel de situatie misschien nog niet is waar je zou hopen, is die wel stabiel. Stabiliteit ervaren de jongeren in de periode vóór het Bouwdepot zelden. Dus stabiele levens zijn voor deze jongeren al een enorme stap vooruit, het belang daarvan mogen we niet onderschatten.”

We hebben allemaal een beetje een blinde vlek voor het ‘kleine’, terwijl dát de dingen zijn die voor de jongeren echt het verschil maken.

De korte termijn resultaten zijn positief en veelvuldig onderzocht. Maar hoe zit het met de lange termijn resultaten?

“Onze lange termijn bevindingen baseren we op gesprekken met een deel van de jongeren tot anderhalf jaar na afloop van het traject. Hoewel situaties soms precair blijven, zien we dat jongeren zelden terugvallen in de harde omstandigheden waarin ze startten. Die stabiliteit is een winst. Het Bouwdepot biedt geen snelle oplossing, maar legt een fundament waarop jongeren verder kunnen bouwen. 

Het is moeilijk om harde conclusies te trekken over de precieze impact van het Bouwdepot, omdat er zoveel andere factoren meespelen in de levens van deze jongeren. Daarom vind ik het minstens zo belangrijk om niet alleen naar data te kijken, maar juist de persoonlijke verhalen van jongeren een podium te geven. Daarin zien we hoe essentieel de financiële rust is die het traject biedt. Voor veel jongeren is dit de eerste keer dat ze echt ademruimte ervaren. Die rust geeft hen niet alleen een gevoel van opluchting, maar ook het vertrouwen dat dit in de toekomst ook voor hen mogelijk is.Een stip op de horizon als het ware, zelfs als niet alles binnen anderhalf jaar is veranderd.”

Heeft al het onderzoek met de jongeren iets in jouw denken veranderd de afgelopen jaren? 

“Ik denk toch wel dat ik nu nog meer zie hoe belangrijk de kleine dingen zijn. Het gesprek gaat, zeker binnen mijn veld, vaak over grote thema’s zoals systeemverandering en transformatie. Maar in de praktijk gaat het voor de jongeren juist om momenten van rust: een kop koffie in een café, boodschappen doen zonder stress, of een cadeautje aan een familielid kunnen geven. We hebben met zijn allen een beetje een blinde vlek voor dat kleine, terwijl – dát zijn de dingen die voor de jongeren echt het verschil maken. Dus die bevinding heeft me wel wat meer geaard, zowel in mijn onderzoek als in de rest van het leven.

Wat stemt je hoopvol voor de toekomst van het Bouwdepot?

“Ik zie een mooie beweging: jongeren nemen steeds meer eigenaarschap over hun verhaal én dat van het Bouwdepot. Een krachtig voorbeeld was hun reactie op staatssecretaris Nobels uitspraken dat de financiële steun oneerlijk zou zijn naar andere leeftijdsgenoten. Dit maakte veel deelnemers boos, en vanuit die emotie begonnen ze zich uit te spreken. Ze leggen niet alleen uit wat het traject voor hen betekent, maar ook waarom het Bouwdepot nodig is en hoe rechtvaardigheid in onze samenleving zou moeten worden vormgegeven. Het feit dat ze dit zelf oppakken en rechtstreeks het publieke debat aangaan, is enorm krachtig. Hierdoor kantelen zij het beeld van ‘zielige jongeren’ naar dat van sterke individuen die zelfbewust een visie hebben op hoe ons systeem rechtvaardiger kan en moet. Dat kan ik echt alleen maar toejuichen.”

Interviews

In gesprek met onze ambassadeur Peter Kwint: “Het Bouwdepot houdt het systeem een spiegel voor.”

Strijdbaar én onvermoeibaar: als het linksom niet lukt, dan maar rechtsom. Dat is Peter Kwint.

Lees meer
Gemeenten

Nieuwegein van start met het Bouwdepot!

Vanaf september krijgen tien jongeren in een kwetsbare positie een Bouwdepot-jaar in Nieuwegein.

Lees meer
Jongeren

“Voor het eerst voelt het alsof ik echt vooruitga” – Tobi

Tobi (22) groeide op in een gezin waarin verslaving en stress de boventoon voerden.

Lees meer
Gemeenten

Goed Nieuws: het bouwdepot start binnenkort in tilburg

Vanaf oktober 2026 starten er tien jongeren in de gemeente Tilburg met het Bouwdepot!

Lees meer