“Is een jaar ondersteuning wel genoeg?”
Veelgestelde vragen over de aanpak van het Bouwdepot beantwoord.
De aanpak van het Bouwdepot roept bij menig medemens nog wel eens wat vraagtekens op. Dat weten wij inmiddels als geen ander. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen en geven we inzicht in de keuzes rond begeleiding, inkomen en aanpak!
V – Krijgen de jongeren begeleiding?
A – In een notendop: ja, jongeren krijgen begeleiding. Maar de vorm en intensiteit van de begeleiding verschilt per gemeente en jongere. Als eerste wordt gekeken naar de achtergrond en ondersteuningsbehoefte van de jongeren. Waar de één baat heeft bij een wekelijkse afspraak met een jongerenbegeleider, is het voor een ander voldoende om eens per maand contact te hebben met een generalist. Per gemeente verschilt ook het netwerk van lokale partners, vaak een combinatie van maatschappelijke organisaties. Financiële begeleiding is geen verplicht onderdeel van het Bouwdepot, maar als er behoefte aan is, kan dit altijd worden geregeld.
V – Is een jaar wel voldoende? Vallen ze daarna niet in een zwart gat?
A – Bij de eerste pilot hebben we gekozen voor de looptijd van een jaar. We wilden een afgebakende periode lang genoeg om rust te ervaren en stappen te zetten, en kort genoeg om het uitvoerbaar te houden. We blijven jongeren en begeleiders bevragen en doen langetermijnonderzoek naar deze vraag: is een jaar voldoende? Tot nu toe zijn de antwoorden positief. Jongeren geven aan dat het jaar voor hen juist een stok achter de deur betekent. Ze zien hun fysieke en mentale gezondheid gemiddeld met 53,1% verbeteren tijdens het Bouwdepot jaar. Een jaar lang hebben ze rust en ruimte gekregen voor een eigen toekomstplan, wat ook na dat jaar vaak nog zijn vruchten afwerpt. Om te voorkomen dat jongeren na dat jaar in een zwart gat vallen, hebben we ‘uitstroomtools’ ontwikkeld. Zo hebben zowel de begeleiders als de jongeren tijdig op de radar hoe hun financiële situatie eruit gaat zien. En mochten de geluiden over de duur in de toekomst veranderen, dan verandert de aanpak mee.
V – Waarom ligt de focus op financiën en niet op bijvoorbeeld wonen?
A – Bestaanszekerheid speelt zich af op veel verschillende leefdomeinen. Inkomen en wonen zijn daar voorbeelden van. Het zijn domeinen die constant met elkaar communiceren en allebei cruciaal zijn voor een stabiel bestaan. Al zouden we het nog zo graag willen, als stichting kunnen we niet alle problemen oplossen waar jongeren mee te maken krijgen. Daarom hebben we ons gefocust op het thema waar we de meeste impact kunnen maken: financiële bestaanszekerheid. Waarom de meeste impact? We merken dat het gesprek rondom jongeren in kwetsbare posities meestal gaat over wonen. En dat er vaak al hulporganisaties betrokken zijn die meedenken over woonruimte. Maar het financiële stuk blijft vaak onderbelicht. Wat ons betreft is juist dat een vliegwiel voor de andere thema’s: met een bouwbudget en de mogelijkheid om te kunnen sparen, maak je bijvoorbeeld meer kans op de woningmarkt. Financiële bestaanszekerheid heeft ook grote invloed op het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Binnen de Participatiewet worden jongeren gekort op hun uitkering als ze zich willen laten behandelen voor hun trauma’s of verslaving, maar doordat het Bouwdepot een stabiele en toereikende basis garandeert, worden jongeren juist gestimuleerd om ook aan hun mentale gezondheid te werken. Vandaar dat, naast alle andere belangrijke hulporganisaties in het veld, onze aanpak zich focust op inkomen.
V – Waar is het bedrag op gebaseerd?
A – We hanteren het sociaal minimum van een 21-jarige: het bedrag dat nodig is om als alleenstaande van rond te kunnen komen. Dit wordt twee keer per jaar opnieuw berekend door het Rijk. In juli 2024 is dat €1.308. Met het bouwdepot kunnen ook de jongeren onder de 21 rekenen op dit bedrag. Zij leiden vergelijkbare levens, met dezelfde vaste lasten zoals huur en kosten om in levensonderhoud te voorzien. Naast dit budget mogen jongeren werken of een studielening ontvangen, zonder dat het bedrag naar beneden wordt aangepast. Jongeren ontvangen gedurende dit jaar geen uitkering.
V – Wanneer is het doel bereikt?
A – Op dit moment staat borging hoog op de agenda. We werken toe naar een punt waarop alle G40 gemeenten de mogelijkheid hebben om met de aanpak aan de slag te gaan. We zijn tevreden als er landelijk comfort komt voor gemeenten en een landelijk beleidskader met middelen. We zijn inmiddels een bewezen effectieve methodiek. Nu nog antwoorden hoe we dit georganiseerd krijgen voor gemeenten.
V – Wat houdt een ontwerpend proces in?
A – De aanpak van het Bouwdepot verschilt fundamenteel van hoe beleid normaal gesproken tot stand komt en wordt uitgevoerd. Vaak komt beleid tot stand achter een bureau, met een wet of regel als uitgangspunt. Er wordt vooral onderzocht wat er organisatorisch mogelijk is. Risico’s worden afgedekt en uitkomsten zorgvuldig onderzocht. In de praktijk blijkt dat je altijd tegen onvoorziene gebeurtenissen aanloopt, of dat je aanpak bijvoorbeeld niet goed aansluit bij de doelgroep. Toch blijven voorheen gemaakte keuzes vaak leidend, waardoor verandering bijna onmogelijk voelt. De aanpak van het Bouwdepot is een ontwerpend proces waarbij we in de schoenen van de jongeren gaan staan. Het is een constante loop van feedback ophalen, aanpassen en bijsturen. Door op voorhand te accepteren dat er dingen anders gaan lopen dan verwacht, en daar ruimte voor in te bouwen in de aanpak, blijf je flexibel. En ja, het is spannend en ongemakkelijk om je eigen status quo te blijven bevragen. Maar het houdt de aanpak relevant voor de jongeren. En daar gaat het om.





